Op een tocht als deze zie je sommige gewone dingen anders, of op een andere manier. Vanmorgen bijvoorbeeld moest bij het ontbijt de lamp aan. Want in een bos met zoveel en zo massieve bomen is het van nature donker, ook als de zon volop schijnt. Romantisch leven in een bos is een donkere zaak. Opa, die als hij vroeger met zijn Ford(je) van Broek in Waterland naar Dalen reed, tot mijn verbazing zijn afkeer van de Veluwe uitsprak: "achter elke boom staat weer een boom" had een punt: je ziet daar geen kerktorens aan de horizon; hier ook niet. - De maan is nieuw aan het worden, en je hebt er bij het sterrenkijken de laatste dagen minder last van omdat hij overdag schijnt en 's nachts onder is, maar bos en sterrenhemel gaan niet goed samen, de eerste sterrekundigen moeten jongens van de vlakte geweest zijn.
Concreter: we vertrokken uit Big Sur zonder de mooie wandelingen gemaakt te hebben omdat we nog wat rustig aan wilden doen. De weg van gisteren naar het noorden voltooid, was weer spectaculair, maar door het vele klimmen en het rijden in lage versnellingen kreeg ik het een beetje benauwd om de benzinevoorraad. Tot nu toe tankte ik altijd bij als het metertje op een kwart stond; nu waren er zo'n 100 kilometer geen benzinepompen geweest, ik stond op een achtste en wist niet hoe betrouwbaar het metertje was. Een Chevron-pomp bij Monterey bracht verlichting, weliswaar tegen 3,39 dollar voor een gallon, wat een halve dollar meer is dan gemiddeld. Er gingen 45 gallons in de RV. De voorlaatste tankbeurt.
Dat benzinestation was ongeveer het noordelijkste punt van onze rit vandaag. We wilden naar het National Monument de 'Pinnacles' waar de rotsen en de omgeving anders zijn om de daar lopende San Andreas-fault (van de aardbeving in San Francisco in 1906 en de uitbarsting van de Mount St Helens in 1880 en van nog veel meer). Het park kun je vanuit het oosten of vanuit het westen benaderen; je mag er alleen overdag in tenzij je er kampeert. We kwamen uit het westen en namen de westelijke toegangsweg; we werden gewaarschuwd dat er geen verbinding was mnet het oosten. De weg was eenzaam, en heuvelachtig. Hier en daar steil, en op den duur eenbaans. Met de camper is dat wat anders dan met een gewone auto: je keert niet zo makkelijk en tegemoetkomend verkeer is lastig. Dat was er weinig, maar het was er. Toen we hoog waren en weer tamelijk steil weer naar beneden moesten, de 'fault' in zullen we maar zeggen, vond ik dat eigenlijk niet zo fijn. De officiele weg hield op en er was nog een (goed verharde) parkweg. Op een breed stuk uitgestapt, omdat ik daar ik elk geval zou kunnen keren. Verder gelopen, behoorlijk naar beneden. Na een kilometer was er, in de leegte een rangerstation, bemand en wel. De weg hield daar op, je kon te voet verder. Nee, de camping kon je alleen van het oosten uit bereiken. - Els en ik waren inmiddels heel tevreden over wat we zagen aan rotsen, landschap en bloemen. We hebben nog wat rondgekeken, zijn teruggelopen naar de camper, hebben een verlate maaltijd genuttigd en zijn de 12 mijl teruggereden zonder veel moeilijkheden. Over alles wel lang gedaan. Dus de eerste de beste camping genomen nadat we weer in de bewoonde wereld waren. Geen heel mooie, wel een vriendelijke en praktische.
Wim
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
... en wat zijn nu die pinnacles?
BeantwoordenVerwijderen